Skip to main content Skip to footer

Greenblog Teun

Kansen en bedreigingen

Een visie opstellen geeft geen garantie voor de toekomst, maar is wel zinvol, vindt programma manager Teun Biemond. Alle scenario’s zijn immers al doorgenomen, dus ben je beter voorbereid. Zowel op kansen als op bedreigingen. 

Kansen en bedreigingen

Momenteel wordt er op diverse niveaus aan visies gewerkt. Zo heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland een scenariostudie 2100 opgesteld, werkt provincie Zuid-Holland aan een tuinbouwvisie 2050 en is gemeente Alphen aan den Rijn, net als andere gemeentes, bezig met gebiedsvisies.

Als Greenport Boskoop, waar ik actief ben als programma manager, werken we aan een visie 2050. Er zijn groepssessies gehouden, individuele verdiepingsinterviews en nog een paar groepsbijeenkomsten. Binnenkort hopen we als Greenport Boskoop deze visie vast te stellen en aan te bieden.

Een winstwaarschuwing vooraf: wie hoopt dat die visie precies zal aangeven hoe de toekomst gaat verlopen, zal bedrogen uitkomen! En tegelijkertijd is de visie een boeiende weergave van een nog lang niet afgerond proces. Zelfs eerder een begin daarvan dan het einde, want dat gaat niet komen. Immers, de wereld om ons heen verandert continu en dus ook de visie daarop. De waarde van een visie zit vooral in het actief met elkaar nadenken over wat we op ons af zien komen. En wat dat voor ons kan betekenen: kansen en/of bedreigingen. Zodat, als zo’n kans of bedreiging zich voordoet, we niet dan pas gaan bedenken wat dat voor ons betekent. Omdat we al een heleboel relevante informatie verzameld hebben.

Als laatste onderdeel – misschien had het wel het eerste onderdeel moeten zijn – hebben we ons gebogen over de marktvooruitzichten. Een stapeltje van circa vijftien rapporten geven een onversneden (zeer) positief beeld. Gemiddelde groeicijfers van 5% per jaar, zelfs oplopend tot 8% per jaar. En dat 25 jaar lang en de eerste jaren zelfs nog meer.

Wel met forse verschuivingen qua product-marktcombinaties (de zogenaamde PMC’s). Want voor het huidige Boskoopse portfolio schetsen ze groeicijfers van 1,5-2% per jaar. En als “we” als Boskoop minder hard groeien dan de rest van de buitengroen en boomkwekerij markt, betekent dat verlies aan marktpositie. En alle flauwekul op een hoop: in de markt is het ‘eten of gegeten worden’. Met andere woorden: de kernvraag is of we onze PMC’s aanpassen om onze marktpositie te behouden of niet?

En als we dat doen, dan doemt gelijk een volgende kernvraag op: waar telen we de planten voor die sterk groeiende marktpositie? Een paar cijfers: 25 jaar lang een groei van 2% betekent 65% meer product, maar over diezelfde periode een groei van 5% betekent 240% meer product. Kunnen we de Boskoopse productie zo laten groeien dat dit in synergie gebeurt met andere ruimtelijke en maatschappelijke vragen?

Spannend als we die groei alleen in eigen belang willen realiseren. Maar uitermate perspectiefvol als we dat kunnen combineren met het vervullen van parallelle eisen die het overvolle Zuid-Holland stelt aan ruimte, duurzaamheid en samenleving. Doet u mee?

Hartelijke groene groet, Teun Biemond (t.biemond@greenportboskoop.nl)

Gepubliceerd op